09-10-2014 Onderzoek: Zijn de resultaten van homeopathie een placebo effect?

Zijn de resultaten van homeopathie een placebo effect?

Samenvatting

Homeopathische middelen zijn heel hoog verdunde stoffen van bijvoorbeeld planten of mineralen. Zoveel verdund dat er soms niets meer van de oorspronkelijke stof in het middel zit. Voor veel mensen is de werking van homeopathie daarom een raadsel. Vaak wordt daarom aangenomen dat homeopathie werkt door suggestie ofwel een placebo-effect. Van een placebo-effect wordt gesproken wanneer een middel zonder werkzame stoffen toch werkt. De werking wordt toegeschreven aan het vertrouwen van de patiënt in het middel.

Om uitsluitend het specifieke effect van een homeopathisch middel te vinden, zijn studies in de vorm van gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken (RCT) de meest gangbare vorm. Hierin wordt het effect van een homeopathisch middel bij een groep patiënten vergeleken met de werking van een placebo in een vergelijkbare groep patiënten. The Lancet, een belangrijk medisch tijdschrift, publiceerde in 1997 de meta-analyse 'Are the clinical effects of homeopathy placebo effects?' van Linde & et al, waarin 89 gerandomiseerde gecontroleerde homeopathie studies beoordeeld werden. Er is verschil tussen het effect van homeopathie en placebo in het voordeel van homeopathie, en dit verschil kan niet op toeval berusten. De uitkomst van deze meta-analyse laat zien dat de werking van homeopathie geen placebo-effect is (Linde et al., 1997 [3]).

 

Inleiding

Het doel van de meta-analyse ‘Are the clinical effects of homeopathy placebo effects?' van Linde & et al, was om erachter te komen of homeopathie werkt of dat er uitsluitend een placebo-effect optreedt door de behandeling. Een meta-analyse voegt eerder uitgevoerd onderzoek samen. Zo wordt tot een uitkomst gekomen. Alleen betrouwbare studies worden gekozen, die voldoen aan specifieke eisen.

Een placebo-effect lijkt te betekenen dat er geen werking is. In de geneeskunde wordt herstel soms wel tot 50% bepaald door het placebo effect. Daar moeten we zeker niet geringschattend over doen. Het placebo-effect is gebaseerd op verwachtingen, vertrouwen, wilskracht, de verbinding met de arts. Vandaag de dag wordt het placebo effect daarom wel -met wat meer eerbied- aangeduid als niet-specifieke effecten van de behandeling.

 

Methode

Alle RCT-studies die ooit werden uitgevoerd naar homeopathie werden verzameld. Vervolgens werd beoordeeld welke studies voldoende betrouwbaar waren om mee te nemen in de analyse. Niet alle onderzoeken naar de werking van homeopathie konden meedoen.

Studies werden alleen meegenomen in de analyse als er een controle groep was die een placebo (een nepmiddel) kreeg, de toewijzing van behandeling of placebo willekeurig was en als alle betrokkenen; deelnemers, therapeuten, artsen en onderzoekers niet wisten wie nu placebo kreeg of de echte behandeling. Dit zijn eisen die ervoor zorgen dat een studie uitsluitend het specifieke effect van homeopathie meet, en niet allerlei factoren die ook aan herstel bijdragen zoals bijvoorbeeld verwachting.

Het onderzoeksrapport van de studie moest verder voldoende informatie geven om de uitkomsten uit beide groepen te kunnen berekenen.  Alle studies die meegenomen werden in de analyse onderzochten de werking van homeopathie bij mensen met verschillende aandoeningen.

 

Resultaten

Van de 186 studies over homeopathie voldeden er 89 aan de eisen. De studies waren afkomstig uit dertien landen, waren in vier talen gepubliceerd en werden gepubliceerd tussen 1943 en 1995. De 89 studies hadden gemiddeld 120 patiënten per studie.  Deze studies onderzochten vierentwintig aandoeningen als allergie, reumatoïde artritis, krampen, hoest maar ook individuele behandelingen werden meegenomen. Er zijn 50 verschillende homeopathische middelen getest van verschillende sterkten en samenstellingen. In totaal waren ruim 10.000 deelnemers betrokken bij de 89 studies.

Het resultaat van de meta-analyse van Linde is dat de werking homeopathie niet volledig komt door het placebo-effect. Studies die goed zijn uitgevoerd, hebben geldige en betrouwbare uitkomsten. Als alleen de studies worden meegenomen die heel betrouwbaar zijn, dan blijkt uit de analyse dat homeopathie 78% meer werkt dan een nepmiddel. Als alle studies mee worden genomen dan werkt homeopathie wel twee keer zo veel als placebo. Behandeling met een homeopathisch geneesmiddel heeft wel degelijk een meerwaarde ten opzichte van een placebo.

 

Conclusie

De werking van homeopathie berust niet op uitsluitend een placebo-effect. In dit onderzoek zijn verschillende homeopathische middelen getest van verschillende sterkten en samenstellingen.

Voor toekomstig onderzoek over homeopathie is het belangrijk dat rekening gehouden gaat worden met deze verschillen in een homeopathische behandeling.

 

Verder onderzoek naar homeopathie en placebo

Sinds de meta-analyse uit 1997 zijn verschillende herhalingen van dit zogenaamde systematisch reviewen van onderzoek in de homeopathie uitgevoerd. De uitkomsten van die analyses zijn in grote mate afhankelijk van de selectie van de studies die meegenomen worden in de analyse(Ludtke & Rutten, 2008 [4]). Hier is veel discussie over; als men bepaalde belangrijke studies uit de analyse weglaat, dan is er vrijwel geen verschil tussen homeopathie en placebo meetbaar. Maar klopt het wel dat je die studies uit de analyse weglaat? Het is een gegoochel met cijfers (Rutten & Stolper, 2008 [6]; Shang et al., 2005 [7]).

Er zijn echter ook andere argumenten waaruit  de veronderstelling dat homeopathie uitsluitend op placebo berust niet stand houdt. Uit onderzoek blijkt dat de placebo effecten in de homeopathie niet groter zijn of verschillen van andere vormen van genezen (Nuhn, Lüdtke, & Geraedts, 2010 [5]). Dieren- ongevoeliger voor suggestie- reageren op homeopathische middelen met een hoge verdunning(Camerlink, Ellinger, Bakker, & Lantinga, 2010 [2]).

Verschillende studies tonen de werking aan van hoge verdunningen op celniveau (Baumgartner, Doesburg, Scherr, & Andersen, 2012 [1]; Witt et al., 2007 [9]). In de zogenaamde provings, dat is onderzoek waarop de geneesmiddelbeelden van de homeopathie zijn gebaseerd, worden niet alleen niet- specifieke maar ook specifieke effecten gemeten (Walach, Möllinger, Sherr, & Schneider, 2008 [8]).  

 

Bekijk hier het gehele onderzoek

Linde 1997 (pdf)

 

Bronnen:

[1] Baumgartner, S., Doesburg, P., Scherr, C., & Andersen, J. O. (2012). Development of a biocrystallisation assay for examining effects of homeopathic preparations using cress seedlings. Evid Based Complement Alternat Med, 2012, 125945. doi: 10.1155/2012/125945

[2] Camerlink, I., Ellinger, L., Bakker, E. J., & Lantinga, E. A. (2010). Homeopathy as replacement to antibiotics in the case of Escherichia coli diarrhoea in neonatal piglets. Homeopathy : the journal of the Faculty of Homeopathy, 99(1), 57-62.

[3] Linde, K., Clausius, N., Ramirez, G., Melchart, D., Eitel, F., Hedges, L. V., & Jonas, W. B. (1997). Are the clinical effects of homeopathy placebo effects? A meta-analysis of placebo-controlled trials. Lancet, 350(9081), 834-843. http://onlinelibrary.wiley.com/o/cochrane/clcmr/articles/CMR-1248/frame.html

[4] Ludtke, R., & Rutten, A. L. (2008). The conclusions on the effectiveness of homeopathy highly depend on the set of analyzed trials. Journal of Clinical Epidemiology, 61(12), 1197-1204. http://onlinelibrary.wiley.com/o/cochrane/clcmr/articles/CMR-12677/frame.html

[5] Nuhn, T., Lüdtke, R., & Geraedts, M. (2010). Placebo effect sizes in homeopathic compared to conventional drugs - a systematic review of randomised controlled trials. Homeopathy, 99(1), 76-82. doi: 10.1016/j.homp.2009.11.00

[6] Rutten, A. L., & Stolper, C. F. (2008). The 2005 meta-analysis of homeopathy: the importance of post-publication data. Homeopathy, 97(4), 169-177. doi: 10.1016/j.homp.2008.09.008

[7] Shang, A., Huwiler-Muntener, K., Nartey, L., Juni, P., Dorig, S., Sterne, J. A., . . . Egger, M. (2005). Are the clinical effects of homoeopathy placebo effects? Comparative study of placebo-controlled trials of homoeopathy and allopathy. Lancet, 366(9487), 726-732. doi: 10.1016/s0140-6736(05)67177-2

[8] Walach, H., Möllinger, H., Sherr, J., & Schneider, R. (2008). Homeopathic pathogenetic trials produce more specific than non-specific symptoms: Results from two double-blind placebo controlled trials. Journal of Psychopharmacology, 22(5), 543-552. doi: http://dx.doi.org/10.1177/0269881108091259

[9] Witt, C. M., Bluth, M., Albrecht, H., Weisshuhn, T. E., Baumgartner, S., & Willich, S. N. (2007). The in vitro evidence for an effect of high homeopathic potencies--a systematic review of the literature. Complement Ther Med, 15(2), 128-138. doi: 10.1016/j.ctim.2007.01.011