15-06-2015 Onderzoek: Minder antibiotica in de veesector met homeopathie?

Onderzoek: Minder antibiotica in de veesector met homeopathie?

Onderzoek Camerlink, Ellinger, Bakker, & Lantinga, 2010

Samenvatting

Het gebruik van antibiotica in de veesector is explosief gestegen. Veelvuldig gebruik van antibiotica heeft nadelen voor dieren, mensen en het milieu. Zo komen bijvoorbeeld resten antibiotica via de ontlasting van vee terecht in onze grond. In de biologische landbouw is antibioticagebruik slechts op beperkte schaal toegestaan. Daarom wordt er in de biologische landbouw bij infecties gezocht naar goede alternatieven voor antibiotica.

Om te beoordelen of homeopathie een effectieve vervanger zou kunnen zijn voor antibiotica gebruik bij varkens, bestudeerde onderzoeker Camerlink de werking van homeopathie bij pasgeboren biggetjes tegen diarree. Bij pasgeboren biggetjes is diarree de meest voorkomende ziekte. Door de diarree verliezen de biggetjes veel gewicht. Ze kunnen hierdoor overlijden. De standaard behandeling om deze diarree te voorkomen is antibiotica of preventief inenten.

In deze studie werd aangetoond dat homeopathie diarree bij biggetjes kan voorkomen. De biggetjes die met homeopathie werden behandeld, hadden zes keer minder vaak last van diarree. Bovendien duurde – als het homeopathisch behandelde biggetje toch diarree kreeg- de diarree minder lang en verspreidde de infectie zich minder snel naar andere biggetjes (Camerlink, Ellinger, Bakker, & Lantinga, 2010).

 

Inleiding

Homeopathie kent verschillende methoden waaronder het gebruik van nosoden. Een nosode is een verdunning van de ziekmakende stof. De theorie is, dat door inname van de nosode je natuurlijke afweer tegen deze ziekteverwekker vergroot wordt. In deze studie kregen de aanstaande moeders van de biggetjes (de zeugen) preventief een nosode van de bacterie Escherichia coli (Coli 30K), de veroorzaker van de diarree. Kon het preventief geven van deze nosode  aan de zwangere zeugen, hun toekomstige biggetjes tegen diarree beschermen?

 

Methode

Deze studie is een gerandomiseerde, gecontroleerde trial (RCT). Bij een RCT worden de groepen, die met elkaar vergeleken worden, vooraf geselecteerd. Deze selectie maakt dat de groepen zoveel mogelijk gelijk zijn aan elkaar. Als er aan het einde van de studie dan verschil tussen de groepen wordt gemeten, dan weet je dat dat door niets anders dan de behandeling kan worden veroorzaakt. Bij voorkeur wordt een RCT geblindeerd uitgevoerd zodat de dierenarts, de onderzoeker en de analist niet weten in welke groep de biggetjes zitten die met het echte middel worden behandeld. Het blinderen voorkomt dat de resultaten beïnvloedt worden door verwachtingen.

big.jpgOp een commercieel varkensbedrijf kregen 52 zeugen in de laatste maand van hun zwangerschap twee keer per week het homeopathische middel Coli 30K of een placebo (nepgeneesmiddel) toegediend. De 525 biggen geboren uit deze zeugen werden gescoord voor het optreden en voor de duur van de diarree. De biggensterfte was voor aanvang van de studie 12.1%, dit werd gedeeltelijk veroorzaakt door diarree.

De biggen kregen alleen moedermelk als voeding en de ontlasting van de biggen werd dagelijks bekeken. De onderzoekers waren geblindeerd; zij wisten niet welke biggen een placebo hadden gekregen en welke het homeopathische middel. Wanneer een big diarree kreeg, werd vastgelegd hoe lang dit duurde en of de big hieraan overleed.

 

Resultaten

In deze studie zijn in de placebo groep 265 biggen geanalyseerd en in de homeopathie groep 260 biggen.

Normaal gesproken ontstaat de diarree 12 uur tot 5 dagen na de geboorte. De biggen in de placebo groep hadden zes keer vaker last van diarree dan biggen in de homeopathie groep. In aantallen waren dat 63 biggen in de placebogroep en 10 biggen in de homeopathiegroep. Dit resultaat is significant. De gemiddelde duur van de diarree lag hoger in de placebo groep (1.8 dagen) ten opzichte van de homeopathie groep (1.3 dagen). Dit verschil is opmerkelijk, maar niet significant. De biggetjes in de placebogroep kregen ook eerder diarree. In de homeopathiegroep sloeg de infectie minder snel over op andere biggetjes in het nest. Vooral biggetjes van zeugen die voor het eerst bevielen, profiteerden van de bescherming door homeopathie.

 

Conclusie

Hier is met geblindeerd en gecontroleerd onderzoek (RCT) aangetoond, dat homeopathie werkt bij biggetjes, die na hun geboorte vaak last hebben van diarree. Dit onderzoek kan een opening zijn om antibiotica terug te gaan dringen bij vee. De boer op het bedrijf waar dit experiment plaats vond was in eerste instantie sceptisch over de homeopathiebehandeling. Sinds het experiment is hij overgeschakeld op homeopathie om diarree bij biggen te voorkomen. Diarree komt in zijn bedrijf vrijwel niet meer voor.

 

Lees hier het gehele onderzoek

Camerlink, Ellinger, Bakker, & Lantinga, 2010 (PDF)

 

Verder onderzoek naar homeopathie en veeteelt

In een andere RCT werden koeien met een uierontsteking bestudeerd. Drie groepen koeien werden vergeleken met elkaar: één werd behandeld met antibiotica, één met placebo en één werd behandeld met homeopathie. Zowel de antibioticabehandeling als de homeopathiebehandeling gaven gunstige resultaten, maar het is onduidelijk of dit toeval is. De studie moet herhaald worden met meer koeien omdat er nu te weinig koeien in de studie waren om daadwerkelijk een verschil te kunnen vaststellen (Hektoen, Larsen, Odegaard, & Loken, 2004)⁠.

Tenslotte is een studie uitgevoerd naar onvruchtbaarheid bij stieren. De stieren werden individueel behandeld met homeopathie waardoor de middelen van elkaar verschilden. De kwaliteit van het sperma werd door homeopathie verbeterd na 3 dagen van behandeling (de Souza, Costa-e-Silva, Macedo, Soares, & Zúccari, 2012). ⁠De uitkomsten van deze onderzoeken geven in ieder geval aanleiding om meer onderzoek te gaan doen naar homeopathie in de veeteelt.

 

Bronnen

Camerlink, I., Ellinger, L., Bakker, E. J., & Lantinga, E. A. (2010). Homeopathy as replacement to antibiotics in the case of Escherichia coli diarrhoea in neonatal piglets. Homeopathy : The Journal of the Faculty of Homeopathy, 99(1), 57–62. doi:10.1016/j.homp.2009.10.003

De Souza, M. F. A., Costa-e-Silva, E. V, Macedo, G. G., Soares, B. D., & Zúccari, C. E. S. N. (2012). The effect of individualized homeopathic treatment on the semen quality of bulls with reproductive disorders: a case series. Homeopathy : The Journal of the Faculty of Homeopathy, 101(4), 243–5. doi:10.1016/j.homp.2012.08.003

Hektoen, L., Larsen, S., Odegaard, S. A., & Loken, T. (2004). Comparison of Homeopathy, Placebo and Antibiotic Treatment of Clinical Mastitis in Dairy Cows - Methodological Issues and Results from a Randomized-clinical Trial. Journal of Veterinary Medicine Series A, 51(9-10), 439–446. doi:10.1111/j.1439-0442.2004.00661.x