Euphrasia Officinalis (Stijve Ogentroost)

Euphrasia Officinalis (Stijve Ogentroost)

De geslachtsnaam ‘Euphrasia’ is het Griekse woord voor ‘vreugde’. Ondanks de Griekse benaming van dit kruid, kan de afkomst niet herleid worden uit de Griekse oudheid. Ook in de Arabische oudheid is niets terug te vinden over dit kruid. Vanaf de 14e eeuw wordt het kruid veelvuldig genoemd als geneesmiddel voor allerhande kwalen aan het oog.

Waar groeit Euphrasia Officinalis?
De voorkeursstandplaats van de Euphrasia Officinalis is op vochtige, kalkhoudende zandgrond, zoals dit bij sommige heidevelden en in de duinen kan voorkomen. De plant is een halfparasiet en onttrekt water en zouten aan grassen. In Nederland is de plant zeldzaam en wordt hij beschermd. Men vindt hem vooral terug in grasland, veengrasland en in duinen.

Eigenschappen van de Euphrasia Officinalis:
Euphrasia is een halfparasiet: met zijn wortels onttrekt hij voeding en water van omstaande planten (rode klaver, grassen en weegbree). De plant wordt 30 cm groot en draagt in de zomer lichte bloemen die een paars honingmerk vertonen en een gele keelvlek.
Euphrasia bevat o.a. looistoffen en flavonoiden. Looistoffen hebben een samentrekkende werking en flavonoiden bestrijden vreemde micro-organismen die voor oogproblemen zorgen.
In de homeopathische geneeskunde wordt Euphrasia veeal toegepast bij oogproblemen zoals oogwallen, vermoeide ogen, rode ogen, ‘plakken’ van de ogen en ooglidproblemen.

Homeopathische toepassing van Euphrasia Officinalis:
De bloemhoofden van de plant worden verwerkt in homeopathische middelen.