Bekkeninstabiliteit

Bekkeninstabiliteit

Bekkeninstabiliteit is een aandoening die veelal voorkomt bij zwangere vrouwen, maar kan tevens veroorzaakt worden door een ongeval. Mannen kunnen dus ook last hebben van bekkeninstabiliteit. Het bekken bestaat uit verschillende botten:

  • het heiligbeen (os sacrum) aan de rugzijde
  • een darmbeen (os ilium) aan beide zijkanten
  • de schaambeenderen (os pubis) aan de voorzijde

Bekkeninstabiliteit ontstaat doordat de banden die de verschillende botten van je bekken bij elkaar houden beschadigd raken of verzwakken. 

Rond de twintigste week van de zwangerschap maakt het lichaam het hormoon relaxine aan. Dit hormoon zorgt ervoor dat je gewrichtsbanden weker en rekbaarder worden. Hierdoor kunnen de botten in het bekken gemakkelijker afzonderlijk van elkaar bewegen. Er ontstaat dan meer ruimte voor de baby om bij de geboorte naar buiten te kunnen komen.
Als je banden teveel oprekken kun je last krijgen van bekkeninstabiliteit. Je ervaart pijn rond je bekken, stuitje en onderrug. Vooral als je begint met bewegen of na een tijd lopen vermoeid wordt.
Wanneer je banden extreem verslappen, kan er een symfysiolyse ontstaan. De symfyse is de naad in het midden van het bekken, tussen de schaambeenderen. Een symfysiolyse is het losgaan van de naad. Dit komt echter maar zeer zelden voor.

Tips

Fysiotherapie en een goede begeleiding bij sporten en bewegen kunnen helpen bij bekkeninstabiliteit.
Bij het uitvoeren van dagelijkse bewegingen is het heel belangrijk om:

  • altijd eerst de spieren rond het bekken te spannen voor de beweging uitgevoerd wordt
  • goed door te ademen tijdens de bewegingen
  • goed te denken aan de symmetrie tijdens het bewegen.

Ook het gebruik van een bekkenband kan (tijdelijk) uitkomst bieden. Verder is van tijd tot tijd rust nemen heel belangrijk.

Dit is geen zelfzorgindicatie. Raadpleeg bij twijfel altijd een medisch deskundige.