03-04-2017 Vereniging Homeopathie investeert in verbeteren communicatie tussen complementair behandelaren en huisartsen.

Vereniging Homeopathie investeert in verbeteren communicatie tussen complementair behandelaren en huisartsen.

Complementaire zorg is niet meer weg te denken: 30% van de kinderen die een kinderarts bezoeken maakt er gebruik van, net als 42% van de ambulante psychiatrische patiënten, 42% van de kinderen met kanker en 30-60% van de mensen in de palliatieve zorg. Zij kiezen uit een grote diversiteit aan complementaire behandelmogelijkheden, van voedingssupplementen en mindfulness tot acupunctuur en homeopathie. Vaak in combinatie met reguliere zorg.

Meer dan de helft van de patiënten bespreekt dit echter niet met de huisarts.

Uit recent onderzoek blijkt dat ook mensen met chronische gewrichtsklachten – zoals artrose, reumatoïde artritis of fibromyalgie – massaal zelf op zoek gaan naar complementaire zorg. Vrijwel allemaal, namelijk 86%, doen ze dat. Manuele therapie, acupunctuur en homeopathie bleken het meest populair. De voornaamste redenen voor het gebruik van complementaire zorg zijn ‘het vertrouwen in de integrale aanpak’, ‘goede verhalen over complementaire behandelwijzen’ en ‘de wens om een behandeling te krijgen vanuit een andere kijk op gezondheid’.

Hoewel ook van deze groep patiënten de meeste mensen hun gebruik van complementaire zorg niet met de huisarts bespraken, zouden zij dit toch wel graag willen doen. Het liefst willen ze dan dat de huisarts het initiatief tot het gesprek neemt. Ze verwachten niet dat de huisarts alles weet over complementaire zorg, maar ze zouden graag samen bespreken wat de mogelijkheden zijn. Chronisch ziek zijn of chronische klachten hebben, betekent dat je voortdurend op zoek bent naar een goede balans voor je gezondheidstoestand. En daarin willen patiënten graag gesteund worden.

Voor huisartsen is dit echter moeilijk: vaak hebben ze een kennisachterstand op het gebied van complementaire zorg en bovendien is er over het algemeen weinig contact met complementair behandelaren. In de praktijk betekent dit dat huisartsen dus weinig houvast hebben om het thema ter sprake te brengen. Dus gebeurt het meestal niet.

Daarom is het COCOZ-project gestart (eind 2016). Daarin werkt de Vereniging Homeopathie en een aantal beroeps/patiëntenorganisaties en een groep huisartsen samen met onderzoekers van het Louis Bolk Instituut en het Van Praag Instituut om de communicatie tussen huisartsen en complementair behandelaren te verbeteren.

Bronnen:

  • Hoenders R, Appelo M, Milders F. Complementaire en alternatieve geneeswijzen (CAG) en psychiatrie GGzet Wetenschappelijk. 2004;8(2):1-23.
  • Jong MC, van de Vijver L, Busch M, Fritsma J, Seldenrijk R. Integration of complementary and alternative medicine in primary care: What do patients want? Patient Educ Couns. 2012 Dec; 89(3):417-22.
  • Singendonk M, Kaspers GJ, Naafs-Wilstra M, Meeteren AS, Loeffen J, Vlieger A. High prevalence of complementary and alternative medicine use in the Dutch pediatric oncology population: a multicenter survey. Eur J Pediatr. 2013 Jan;172(1):31-7.
  • Vlieger AM, van de Putte EM, Hoeksma H. Het gebruik van complementaire en alternatieve geneeswijzen door kinderen op een polikliniek voor kindergeneeskunde en de redenen van ouders daarvoor. Ned Tijdschr Geneeskd 2006 Mar 18;150(11):625-30.
  • ZonMw. Signalement ontwikkeling en implementatie van evidence-based complementaire zorg. 2014.

Recent nieuws

Nieuwsarchief