Enquête onder medisch studenten t.a.v. CAM
De discussie over inhoud en structuur van de medische basisopleiding is onder andere in een stroomversnelling geraakt door ontwikkelingen in de medische wetenschap en door maatschappelijke veranderingen en opvattingen over mogelijkheden en wenselijkheden in de Nederlandse gezondheidszorg. Ook het toenemend aantal wetenschappelijke studies naar en over CAM-onderwerpen, de steeds groter wordende vraag van patiënten naar CAM en de zoektocht van artsen om patiënten op een andere manier te benaderen hebben hierbij een rol gespeeld. Omdat over de visie en houding van medische studenten ten opzichte van CAM weinig tot niets bekend is, ben ik een onderzoek gestart in het kader van mijn wetenschappelijke stage tijdens de klinische fase van mijn studie geneeskunde. Hierin onderzocht ik de houding, kennis en ervaring met CAM en de visie op CAM in het medisch onderwijs onder geneeskunde- studenten die lid zijn van de KNMG.
Opzet
In september 2008 is een anonieme, digitale enquête verstuurd naar 10.532 KNMG medische studenten van alle acht medische faculteiten in Nederland. Medische studenten werd gevraagd hun mening en kennis te geven over CAM en over de rol van CAM in het medische basis curriculum.
Het eerste deel bestond uit 12 vragen over het informatiezoekende gedrag van studenten, opgedane ervaring met CAM in het medisch onderwijs, persoonlijk gebruik van CAM, hun attitude en mening over CAM en hun interesse voor CAM. Al deze vragen moesten worden beantwoord met ja of nee. Het tweede deel bestond uit zes vragen over de negen meest gebruikte CAM-therapieën in Nederland, te weten: acupunctuur, homeopathie, antroposofische geneeskunde, natuurgeneeskunde, paranormale geneeswijze, orthomanuele geneeskunde, fytotherapie, orthomoleculaire geneeskunde en mindfulness. Deze 54 vragen moesten beantwoord worden met ‘ja' of ‘nee'.
Het laatste deel bestond uit 30 stellingen over de onderwerpen: evidence-based medicine (EBM) van CAM, houding ten opzichte van bijwerkingen en veiligheid van CAM, de plaats van CAM in de Nederlandse gezondheidszorg, CAM in het medische onderwijs, CAM en de visie op de medische beroepshouding, redenen voor gebruik van CAM, visie op CAM en de rol en invloed van de KNMG. De antwoorden op deze vragen werden gegeven aan de hand van een 5-punts Likert schaal.
In totaal hebben 2004 studenten (19%), gelijkmatig verdeeld over alle acht medische faculteiten, gereageerd. De gemiddelde leeftijd van de studenten was 22.7 jaar (SD: 3,9) en 71.9% was vrouw. Iets meer dan 10% van de studenten (13.4%) had persoonlijke ervaring met een CAM-therapie in de afgelopen drie jaar. Daarnaast geeft 45.7% aan, op eigen initiatief, dus zonder recept, gebruik te maken van niet-reguliere geneesmiddelen.
Resultaten
Houding ten opzichte van CAM
De meerderheid van de geneeskundestudenten in Nederland (83.0%) gaf aan het belangrijk te vinden dat artsen patiënten objectieve voorlichting kunnen geven over CAM. Een meerderheid (60.1%) vindt dat artsen CAM mogen toepassen als er wetenschappelijk bewijs voor de werkzaamheid is.
Meer dan twee derde van de studenten (69.9%) is van mening dat er meer onderzoek moet komen naar de werkzaamheid en effectiviteit van CAM.
Geneeskundestudenten vinden autonomie van de patiënt belangrijk. Dit bleek uit het feit dat 81.6% vindt dat de keuze van de patiënt gerespecteerd dient te worden indien de patiënt gebruik wil maken van een CAM-therapie.
Kennis over CAM
Studenten gaven te kennen dat ze de meeste kennis hebben over acupunctuur (95.7%), homeopathie (93.2%) en het minst over orthomoleculaire geneeskunde (15.8%).
Bijna driekwart van de medische studenten (74.2%) gaf aan te weinig kennis te bezitten over CAM. Meer dan driekwart (76.9%) gaf aan dat het van belang is dat artsen kennis over CAM bezitten.
Interesse in CAM-onderwijs
Meer dan 6 op de 10 studenten (62.0%) vinden dat er meer aandacht besteed moet worden aan CAM in het medische curriculum. Op de vraag in welke vorm dit dient te zijn, antwoordde 43.6% het niet als verplicht kernblok te willen, terwijl 35.7% van de studenten hier wel positief over was. De overige studenten gaven een neutraal antwoord.
Conclusie
Uit dit onderzoek kunnen we concluderen dat de medische student in Nederland, hier vertegenwoordigd door KNMG-leden, positief is ten aanzien van CAM in het medische curriculum. Indien de acht medische faculteiten in Nederland zich willen houden aan hun eigen opleidingseisen, vastgelegd in het Raamplan 2009, dienen er structurele veranderingen in het onderwijs plaats te vinden om aan de vraag naar CAM-onderwijs in het medisch curriculum van geneeskundestudenten in Nederland te kunnen/willen beantwoorden. Daarom zal nader onderzoek gedaan moeten worden hoe CAM-onderwijs gestructureerd en meer inhoudelijk vorm kan krijgen in het medisch basisonderwijs in Nederland.
Elon kolkman is Bachelor Dierenarts, medisch student 6e jaar aan St. Radboud Universiteit te Nijmegen.
Abstract
CAM education in the medical curriculum: Vision of medical students, European Journal of Integrative Medicine, Volume 1, Issue 4, p 195 (December 2009).
http://www.nfu.nl/fileadmin/documents/Raamplan_Artsopleiding_2009.pdf.
Bron: VSM nieuwsbrief september 2010
< terug

